Deze week willen wij de defenities naar voren brengen die van groot belang zijn in onze dagelijkse bezigheden. De douaneautoriteiten gebruiken dagelijks termen die niet voor iedereen altijd even duidelijk zijn. Daarnaast zijn deze termen van groot belang bij het begrijpen van het Douane Wetboek van de Unie. Zie onderstaand artikel 5 DWU, welke bestaat uit 41 leden en alle belangrijke definities weergeeft.

Definities artikel 5 DWU          

De onderstaande definities zijn de letterlijke definities overgenomen uit het DWU.

1)”douaneautoriteiten“: de douanediensten van de lidstaten die bevoegd zijn voor de toepassing van de douanewetgeving, en alle overige autoriteiten die krachtens het nationale recht belast zijn met de toepassing van bepaalde onderdelen van de douanewetgeving;

2)”douanewetgeving“: het geheel van wetgeving bestaande uit de volgende elementen:

a) het wetboek en de op niveau van de Unie of op nationaal niveau vastgestelde bepalingen ter aanvulling of uitvoering ervan;
b) het gemeenschappelijk douanetarief;
c) de wetgeving betreffende de instelling van een Unieregeling inzake douanevrijstellingen’
d) internationale overeenkomsten houdende douanevoorschriften, voor zover deze van toepassing zijn in de Unie; NL L269/12 Publicatieblad van de Europese Unie 10.10.2013.

3)”douanecontroles“: door de douaneautoriteiten verrichte specifieke handelingen voor het waarborgen van de naleving van de douanewetgeving en andere wetgeving betreffende het binnenbrengen, het uitgaan, de doorvoer, het overbrengen, de opslag en de bijzondere bestemming van goederen die tussen het douanegebied van de Unie en landen of gebieden daarbuiten worden vervoerd, en betreffende de aanwezigheid en het verkeer binnen het douanegebied van de Unie van niet-Uniegoederen en goederen die onder de regeling bijzondere bestemming zijn geplaatst;

4)”persoon“: een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend;

5)”marktdeelnemer“: de persoon die zich in het kader van zijn bedrijfsvoering bezighoudt met activiteiten die onder de douanewetgeving vallen;

6)”douanevertegenwoordiger“: iedere persoon die door een andere persoon is aangewezen voor het vervullen van de in de douanewetgeving voorgeschreven handelingen en formaliteiten bij de douaneautoriteiten;

7)”risico“: de waarschijnlijkheid dat zich, in relatie tot het binnenbrengen, het uitgaan, de doorvoer, het overbrengen of de bijzondere bestemming van goederen die tussen het douanegebied van de Unie en landen of gebieden buiten dat gebied worden vervoerd, en in verband met de aanwezigheid van goederen binnen het douanegebied van de Unie van niet-Uniegoederen, een gebeurtenis voordoet, en de effecten van zulke gebeurtenis, die:

a) de correcte toepassing van Unie- of nationale maatregelen in de weg staat;
b) de financiële belangen van de Unie en haar lidstaten schaadt, of
c) een gevaar vormt voor de veiligheid van de Unie en haar ingezetenen, de gezondheid van mens, dier of plant, het milieu of de consument;

8)”douaneformaliteiten“: alle handelingen die door een persoon en door de douaneautoriteiten moeten worden verplicht om aan de douanewetgeving te voldoen;

9)”summiere aangifte bij binnenbrengen“: de handeling waarbij een persoon de douaneautoriteiten in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze, en binnen een specifieke termijn, meedeelt dat goederen het douanegebied van de Unie zullen binnenkomen;

10)”summiere aangifte bij uitgaan“: de handeling waarbij een persoon de douaneautoriteiten in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze, en binnen een specifieke termijn, meedeelt dat goederen het douanegebied van de Unie zullen verlaten;

11)”aangifte tot tijdelijke opslag“: de handeling waarbij een persoon in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze kenbaar maakt dat hij goederen in tijdelijke opslag plaatst;

12)”douaneaangifte“: de handeling waarbij een persoon in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze het voornemen kenbaar maakt om goederen onder een bepaalde douaneregeling te plaatsen, in voorkomend geval met opgave van eventuele specifieke procedures die moeten worden toegepast;

13)”aangifte tot wederuitvoer“: de handeling waarbij een persoon in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze het voornemen kenbaar maakt om niet-Uniegoederen, met uitzondering van die zich onder de regeling vrije zone bevinden of die in tijdelijke opslag zijn, buiten het douanegebied van de Unie te brengen;

14)”kennisgeving van wederuitvoer“: de handeling waarbij een persoon in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze het voornemen kenbaar maakt om niet-Uniegoederen die zich onder een regeling vrije zone bevinden, of in tijdelijke opslag zijn, buiten het douanegebied van de Unie te brengen;

15)”aangever“: de persoon die in eigen naam een douaneaangifte, een aangifte tot tijdelijke opslag, een summiere aangifte bij binnenbrengen, een summiere aangifte bij uitgaan, een aangifte tot wederuitvoer of een kennisgeving van wederuitvoer indient, dan wel de persoon namens wie deze aangifte of deze kennisgeving wordt ingediend;

16)”douaneregeling“: een van de onderstaande regelingen waaronder goederen overeenkomstig het wetboek kunnen worden geplaatst:

a) in het vrije verkeer brengen;
b) bijzondere regelingen;
c) uitvoer.

17)”tijdelijke opslag“: de toestand van tijdelijk onder douanetoezicht opgeslagen niet-Uniegoederen tussen het moment waarop zij bij de douane zijn aangebracht en het moment waarop zij onder een douaneregeling zijn geplaatst of zijn weder uitgevoerd; NL10.10.2013 Publicatieblad van de Europese Unie L 269/13

18)”douaneschuld“: de verplichting van een persoon tot betaling van het bedrag aan invoer- of uitvoerrechten dat uit hoofde van de geldende douanewetgeving verschuldigd is;

19)”schuldenaar“: elke persoon die een douaneschuld verschuldigd is;

20)”invoerrecht“: het douanerecht dat bij de invoer van goederen verschuldigd is;

21)”uitvoerrecht“: het douanerecht dat bij de uitvoer van goederen verschuldigd is;

22)”douanestatus“: de status van goederen, zijnde hetzij Unie-, hetzij niet-Uniegoederen;

23)”Uniegoederen“: goederen behorende tot een van de volgende categorieën:

a) goederen die geheel zijn verkregen in het douanegebied van de Unie zonder toevoeging van goederen die zijn ingevoerd uit landen of gebieden buiten het douanegebied van de Unie.
b) goederen die in het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht uit landen of gebieden buiten dat gebied en die in het vrije verkeer zijn gebracht.
c) goederen die in het douanegebied van de Unie zijn verkregen of vervaardigd, hetzij uitsluitend uit goederen als bedoeld onder b), hetzij uit goederen als bedoeld onder a) en b).

24)”niet-Uniegoederen“: andere dan de in punt 23 bedoelde goederen of goederen die de douanestatus van Uniegoederen hebben verloren;

25)”risicobeheer“: het systematisch in kaart brengen van risico’s, waaronder door middel van steekproefcontroles, en het toepassen van alle maatregelen die vereist zijn om deblootstelling aan risico’s te beperken;

26)”vrijgave van goederen“: terbeschikkingstelling door de douaneautoriteiten van goederen voor de doeleinden die zijn voorzien in de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst;

27)”douanetoezicht“: de activiteiten die door de douaneautoriteiten in het algemeen worden ontplooid teneinde te zorgen voor de naleving van de douanewetgeving en, in voorkomend geval, van de andere bepalingen die op goederen onder douanetoezicht van toepassing zijn;

28)”terugbetaling“: de teruggave van een bedrag aan invoer- of uitvoerrechten die zijn voldaan;

29)”kwijtschelding“: ontheffing van de verplichting tot betaling van een bedrag aan invoer- of uitvoerrechten die niet zijn voldaan;

30)”veredelingsproducten“: onder een veredelingsregeling geplaatste goederen die veredeld zijn;

31)”in het douanegebied van de Unie gevestigd persoon“.

a) indien het een natuurlijk persoon betreft, eenieder die in het douanegebied van de Unie zijn normale verblijfplaats heeft.
b) indien het een rechtspersoon of een vereniging van personen betreft, elke persoon die zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of een vaste inrichting heeft in het douanegebied van de Unie.

32)”vaste inrichting“: een vaste vestiging voor bedrijfsuitoefening waar de nodige menselijke en technische hulpbronnen permanent voorhanden zijn en waarmee de douanetransacties van een persoon volledig of gedeeltelijk worden uitgevoerd;

33)”aanbrengen bij de douane“: mededeling aan de douaneautoriteiten dat de goederen bij het douanekantoor of op enige andere, door de douaneautoriteiten aangewezen of goedgekeurde plaats zijn aangekomen en beschikbaar zijn voor douanecontrole;

34)”houder van de goederen“: de persoon die de eigenaar is van de goederen, een soortgelijk recht heeft om erover te beschikken, of er fysieke controle over uitoefent;

35)”houder van de regeling“:

a) de persoon die de douaneaangifte doet, of voor wiens rekening die aangifte wordt gedaan, of
b) de persoon aan wie de uit een douaneregeling voortvloeiende rechten en plichten zijn overgedragen; NLL269/14 Publicatieblad van de Europese Unie 10.10.2013

 

36)”handelspolitieke maatregelen“: de niet-tarifaire maatregelen die in het kader van het gemeenschappelijk handelsbeleid zijn vastgesteld in de vorm van Unievoorschriften inzake de internationale handel in goederen;

37)”veredeling“: een van de onderstaande handelingen:

a) de bewerking van goederen, met inbegrip van het monteren, het assembleren en het aanpassen ervan aan andere goederen;
b) de verwerking van goederen;
c) de vernietiging van goederen;
d) de herstelling van goederen, met inbegrip van revisie en afstelling;
e) het gebruik van goederen die zelf niet meer in de veredelingsproducten voorkomen, maar die de vervaardiging van deze producten mogelijk maken of vergemakkelijken, ook indien zij tijdens dit proces geheel of gedeeltelijk verdwijnen (bij de productie gebruikte hulpmiddelen).

38)”opbrengst“: de hoeveelheid of het percentage veredelingsproducten verkregen bij de veredeling van een bepaalde hoeveelheid onder een veredelingsregeling geplaatste goederen;

39)”beschikking“: elke beslissing welke verband houdt met de douanewetgeving die door een douaneautoriteit over een bepaald geval wordt genomen en die voor de betrokken persoon of betrokken personen rechtsgevolgen heeft;

40)”vervoerder“:

a) in de context van het binnenbrengen, de persoon die de goederen naar het douanegebied van de Unie brengt of die zich met het vervoer van de goederen naar het douanegebied van de Unie belast. Daarbij geldt echter het volgende:
i) bij gecombineerd vervoer wordt onder “vervoerder” de persoon verstaan die het vervoermiddel bestuurt dat, nadat het op het douanegebied van de Unie is binnengebracht, zichzelf zal voortbewegen als actief vervoermiddel;
ii) in het geval van zee- of luchtvervoer in het kader van een charterovereenkomst of een overeenkomst voor het delen van laadruimte wordt onder “vervoerder”de persoon verstaan die een overeenkomst sluit en het cognossement of de luchtvrachtbrief afgeeft voorhet feitelijke vervoer van de goederen naar het douanegebied van de Unie;
b) in de context van het uitgaan, de persoon die de goederen uit het douanegebied van de Unie brengt of die zich met het vervoer van de goederen buiten het douanegebied van de Unie belast. Daarbij geldt echter het volgende:
i) bij gecombineerd vervoer, wanneer het actieve vervoermiddel dat het douanegebied van de Unie verlaat slechts een ander vervoermiddel vervoert dat, na de aankomst van het actieve vervoermiddel ter bestemming, zichzelf zal voortbewegen als een actief vervoermiddel, wordt onder “vervoerder” de persoon verstaan die het vervoermiddel dat zichzelf zal voortbewegen, zal besturen, nadat het vervoermiddel dat het douanegebied van de Unie heeft verlaten ter bestemming is aangekomen;
ii) in het geval van zee- of luchtvervoer in het kader van een charterovereenkomst of een overeenkomst voor het delen van laadruimte wordt onder “vervoerder” de persoon verstaan die een overeenkomst sluit en het cognossement of de luchtvrachtbrief afgeeft voor het feitelijke vervoer van de goederen uit het douanegebied van de Unie;

41)”inkoopcommissies“: de door een importeur aan een agent betaalde vergoedingen voor zijn vertegenwoordiging bij de aankoop van goederen waarvan de waarde dient te worden bepaald. 

Bronvermelding:
Belastingdienst (2016). Douanewetboek van de Unie. Geraadpleegd op 16 mei 2018, van: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32013R0952&qid=1413967615303&from=NL                                  

 

 

 

Met dit artikel willen wij informatie verstrekken aan een ieder die hier profijt van kan hebben. Alle informatie komt rechtstreeks uit het Douane Wetboek van de Unie en Het Nederlands Douanerecht. Als er verdere vragen zijn naar aanleiding van dit artikel of wilt u een aanvulling plaatsen kunt u dit hieronder doen of een email sturen naar info@aircargo.nl.